Werknemers maken zich zorgen over de gevolgen van de coronacrisis voor hun werkgever en daarmee voor hun eigen baan. Maar liefst 40 procent van de werknemers wereldwijd is daarom bereid een loonoffer te brengen in ruil voor baanbehoud. Het offer mag echter niet te zwaar zijn en ook niet te lang duren.
32 procent van de ondervraagden is helemaal niet bereid salaris of andere arbeidsvoorwaarden in te leveren als dat de eigen baan of die van een collega kan redden.
De mate waarin medewerkers bereid zijn een maatregel te accepteren om banen binnen de eigen organisatie te redden, varieert. Van de respondenten die een salarisverlaging zouden accepteren, is 40 procent bereid een verlaging van 10 procent of minder te accepteren. Nog eens 34 procent zou een verlaging van 11 tot 20 procent acceptabel vinden. Nog 18 procent vindt ook een verlaging maximaal 30 procent nog te doen.
Volgens Martijn Brand, algemeen directeur van ADP Nederland, laten de cijfers zien dat er zeker de nodige bereidheid is onder medewerkers om mee te denken met hun werkgever: “De coronacrisis raakt ons allemaal en dat besef is ook bij iedereen aanwezig. De resultaten laten zien dat we solidair zijn met onze werkgever, maar zeker ook met onze collega’s. Uiteraard zal ook meespelen dat niemand graag zijn baan verliest, wat in sommige sectoren een reëel risico is.”
Als gekeken wordt naar de bereidheid om het salaris later te ontvangen, dan is van de medewerkers die aangaven dit acceptabel te vinden 13 procent hiertoe bereid als de duur van het uitstel minder dan een maand is. Twee op de vijf vinden een tot twee maanden uitstel acceptabel, 28 procent vindt dit van twee tot drie maanden. Brand: “Bij het uitstel van salarisbetaling zien we dat daar wat meer bereidheid zit bij medewerkers. Een verklaring hiervoor kan zijn dat zij weten dat ze met hun spaargeld wel enige maanden vooruit kunnen en tegelijkertijd weten dat ze daarna alsnog hun salaris krijgen.”