Ongeveer 10 procent van de Nederlandse beroepsbevolking is met ‘mentaal pensioen’ en zit de tijd uit tot het daadwerkelijke pensioen. Complimenten helpen, zegt gedragswetenschapper Dan Ariely.
Fysiek wel aanwezig zijn, maar mentaal totaal ergens anders. Herkenbaar? Misschien bent u dan wel met ‘mentaal pensioen’, het thema waar gezondheidswetenschapper Jenny Huijs vorig jaar aan de Universiteit Utrecht op promoveerde. Zo’n 10 procent van de werkende bevolking telt de dagen, weken, maanden, jaren of zelfs decennia af tot hij met pensioen mag. Zo’n 25 procent is nog niet met mentaal pensioen, maar balanceert op het randje.
Deze mensen voelen zich niet verbonden met hun werk, hebben een geringe interesse in leren, een lagere mate van betrokkenheid en ze ervaren weinig waardering. En dat is problematisch, zegt Huijs. Want het veroorzaakt ziekteverzuim en productiviteitsverlies. Jammer voor de werkgever en de samenleving, en niet fijn voor de werknemer zelf. ‘Mensen die met mentaal pensioen zijn, missen zaken als structuur, sociale contacten en op termijn misschien een stabiel inkomen.’
Huijs deed haar onderzoek onder meer bij de politie en zag dat het voor de betrokkenheid en bevlogenheid van werknemers vooral belangrijk is dat ze vertrouwen krijgen en serieus worden genomen. ‘Het maakt eigenlijk minder uit wat de interventie is om meer betrokken werknemers te krijgen, als de inbreng van het personeel maar wordt meegenomen’, zegt Huijs. ‘Dus dat kan een cursus voor het hele team zijn, maar bijvoorbeeld ook het besluit dat iedereen wisselend de voorzitter is van een overleg.’
Bureaucratie als drijfveerkiller
Dat is ook de ervaring van de Israëlisch-Amerikaanse gedragswetenschapper Dan Ariely, die een boek schreef over motivatie dat recent in het Nederlands verscheen. Hij benadrukt het belang van vertrouwen om gemotiveerde werknemers te krijgen. Bureaucratie is de voornaamste drijfveerkiller, zo stelt hij. ‘Ik heb niets tegen juristen hoor, maar steeds meer bedrijven timmeren van alles dicht met ingewikkelde contracten’, vertelt hij via Skype. ‘In die contracten staat aan welke regels werknemers moeten voldoen en wat voor boetes ze krijgen als ze zich hier niet aan houden. Hiermee zeg je als werkgever eigenlijk: we vertrouwen je intenties niet.’
Hoe die werkgever zijn werknemers dan wel motiveert is ingewikkeld, zegt Ariely. Bedrijven gebruiken vaak externe positieve prikkels – denk aan geldbonussen, borrels en bedrijfsuitjes – om de motivatie te verhogen, maar volgens de gedragswetenschapper is dit niet effectief. ‘Een bonus kan even het gewenste effect opleveren, maar daarna zakt de productiviteit in. Je went aan het geld of denkt: ik heb de buit toch al binnen en kan wel even een dag rustiger aandoen.’ Het effect van een compliment is blijvender, zegt hij. Het draait allemaal om erkenning. ‘Als je als werknemer het gevoel hebt dat je inwisselbaar of nutteloos bent, wordt alle motivatie de kop ingedrukt.’
Daarom is eerlijke behandeling ook zo belangrijk, zegt Ariely. Een laag salaris kan vervelend zijn, maar als álle collega’s een laag salaris krijgen, maakt het voor de motivatie niet zoveel uit. Het wordt pas echt vervelend als collega’s meer betaald krijgen, maar hetzelfde werk doen .
Informatietijdperk
Dat het creëren van gemotiveerde werknemers steeds belangrijker wordt, heeft alles te maken met het informatietijdperk waarin we leven, zegt Ariely. We werken steeds meer op computers en daarbij is minder duidelijk wat we concreet doen. ‘Er zit een kloof tussen het minimum dat iemand kan doen om zijn of haar baan te behouden en het maximale dat iemand kan doen als die persoon echt enthousiast is over zijn of haar werk.’
Ariely trekt een vergelijking met liefdesrelaties. Waarom hebben we in relaties doorgaans veel voor elkaar over, terwijl we hier niet voor betaald krijgen en er geen duidelijk contract is waarin staat wat je wel en niet voor de ander doet? ‘Dat is omdat je verbondenheid voelt, een langetermijnvisie deelt en geïnteresseerd bent in elkaar.’
Zo zouden werkgevers hun personeel ook veel meer moeten benaderen, vindt Ariely. Want een plek waar niemand zich gemotiveerd voelt, is een verschrikkelijke plek om te zijn. ‘Werknemers zijn niet blij, de baas is niet blij, de productiviteit is laag en het bedrijf haalt slechte resultaten. Er zijn zoveel werkplekken waar niet wordt nagedacht over motivatie. Iedereen lijdt daaronder. Dat is toch zonde?’
10 procent van de werkende bevolking is met mentaal pensioen en is niet meer gemotiveerd. Nog eens 25 procent balanceert op het randje van mentaal pensioen.