Op donderdag 16 februari organiseerde executive search en interim managementbureau Jurgens & Partners een sessie over de DBA, de Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. De stand van zaken is een duidelijke pas op de plaats.
De invoering van de DBA is namelijk uitgesteld tot 1 januari 2018 omdat er nog teveel onduidelijkheden kleven aan de invoering ervan. Handhaving (controle of iemand al dan niet een verkapt loondienstverband zou hebben) wordt dan ook opgeschort.
Belastingdienst
Momenteel zijn er maar liefst 60 verschillende modelcontracten beschikbaar om een relatie van een opdrachtgever en een opdrachtnemer te beschrijven, en de belastingdienst krijgt die in grote getalen opgestuurd ter beoordeling.
Specialisten
Er waren door Jurgens en Partners drie specialisten uitgenodigd om de DBA te bespreken: de advocaat arbeidsrecht Roel Kop, de fiscalist Alfred Gerrits en de jurist Robert Rutgers namens de belastingdienst.
Veel vragen
De bijeenkomst bracht veel vragen van de aanwezige zelfstandigen (freelancers, interimmers, et cetera) over de bühne, omdat er veel onduidelijkheid is over de manier van toetsen en beoordelen. Ook duurden controletrajecten vaak erg lang, aldus een van de deelnemers.
Drieluik
Nog steeds geldt het drieluik gezagsverhouding – tijdsbesteding – beloning bij de bepaling of iemand daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer te werk gaat, of dat er sprake is van een verkapt dienstverband. Opdrachtnemers die in feite ingebed zijn of raken in een organisatie vallen onder de laatste categorie.
Verdacht
In Nederland zijn circa 1 miljoen zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp), waarvan echter zo’n 200.000 in de categorie ‘verdacht’ vallen. Net als voorheen bij de bestelauto’s met een grijs kenteken die zakelijk waren geregistreerd maar privé werden gebruikt, is er bij deze categorie mensen ook sprake van een verkapt dienstverband. De overheid wil daar een eind aan maken en wil daarom duidelijkheid in de zelfstandigheid van de opdrachtnemer.
Vanuit een bv
Een bv is overigens geen oplossing. Een zzp’er die vanuit een bv zijn opdrachten uitvoert kan na controle door de belastingdienst namelijk alsnog worden aangemerkt als niet-zelfstandig, als blijkt dat er aan een van de drie criteria niet voldaan wordt. De belastingdienst beoordeelt immers de feitelijke situatie.
50% meer
De beloning wordt onder meer vergeleken met iemand die vanuit de opdrachtgever vergelijkbaar werk doet. De interimmer, die vaak zo’n 50% meer inkomen ontvangt, kan daardoor wel als zelfstandige worden aangemerkt.
Vijf tips
Roel Kop gaf vijf tips mee, die neerkomen op: Je hoeft niet overal een modelovereenkomst voor te hebben. Laat controleren of sprake kan zijn van een zogenaamde fictieve dienstbetrekking. Onderbouw de bedoeling die de samenwerking beoogt. Wees (ook in het contract) duidelijk wat het beoogde resultaat is. Hou een dossier bij en laat dat dossier vullen met waardevolle stukken en informatie aan te reiken door opdrachtgevers en opdrachtnemers.