Nieuwe wetgeving verbiedt werkgevers om rond te neuzen in het online privédomein van (potentiële) werknemers. Het is echter zeer de vraag of deze regels te handhaven zijn.
Door IP-technologie en ‘the Internet of Things’ (IoT) is het toezicht houden op werknemers voor werkgevers steeds gemakkelijker. Apparaten die we voor ons werk gebruiken maken dat mogelijk, naast beveiligingssystemen waar we inloggen en smart buildings waarbinnen we bewegen. Dit geautomatiseerde toezicht staat op gespannen voet met privacyregels. De samenwerkende Europese toezichthouders hebben hier vorige maand een paper over gepubliceerd. Ook het gebruik van persoonsgegevens verkregen via zoekmachines en social media voor het volgen en screenen van (toekomstige) medewerkers komt daarin aan bod. Nieuwe wetgeving verbiedt het gebruik van persoonsgegevens al (zie kader) en vanaf mei 2018 zal hierop ook gehandhaafd worden. Maar gaat dat iets uitmaken?
Even de naam van een sollicitant intikken op Google. Of met je fake account sollicitanten volgen op Facebook of Instagram. Het is zo gemakkelijk en ligt zó voor de hand, dat dit bij sollicitatieprocedures zal blijven gebeuren. Dat beaamt ook Lennart van den Belt, voormalig directeur van Brunel. ‘Dat zal elke werkgever uiteraard doen’, zegt hij. ‘Zeker waar het open en toegankelijke data betreft, zoals een open Facebookpagina.’ Foto’s van fietstochtjes, zeehonden en de barbecue bij de buren, is dat erg? ‘Dat lijkt mij niet’, zegt Van den Belt. ‘En als er al iets opvalt, dan kun je daar in het sollicitatiegesprek op ingaan.’
‘Iemand met een taalfout in zijn of haar cv wijs je ook niet zomaar af’
Bescherming persoonsgegevens
Vanaf 25 mei 2018 geldt in de gehele Europese Unie één en dezelfde wetgeving op het gebied van privacy en de bescherming van persoonsgegevens. Hiervoor is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Daarmee komt de bestaande Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) te vervallen. Meer informatie vind je in een infographic op de website van de Europese Commissie.
Volledig beeld
‘Wil je als recruiter een goede match maken, dan is een volledig beeld belangrijk’, zegt Van den Belt. Een blik op social media helpt daarbij. ‘Confronterende dingen vragen om wederhoor en hoeven een uiteindelijke prestatie niet in de weg te staan. Iemand met een taalfout in zijn of haar cv wijs je ook niet zomaar af. Het gaat toch om wat mensen professioneel gedaan hebben.’ Toch lijkt bij pre-screening het risico op vooroordelen aanwezig. Zoals iemand met een ‘verkeerde’ achternaam zonder opgaaf van reden afgewezen kan worden. Of die kroegtijger op Facebook. ‘Dan doen werkgevers zichzelf te kort. Voor een afwijzing moeten goede redenen bestaan en wat je tegenkomt kun je meenemen in een gesprek.’
Voor de functie van verkoper of inkoper kun je bijvoorbeeld een sollicitant tegenkomen die privé druk is met skydiving, bungeejumping en diepzeeduiken. Iemand met zo’n ‘die hard’ mentaliteit past mogelijk als verkoper, maar toch niet als inkoper, kun je denken. ‘Uiteraard neem je dat mee. Het kan blijken dat die persoon juist een veel betere risicoafweging maakt en daardoor uitermate geschikt blijkt. Wellicht beter dan de sollicitant met foto’s van die camping waar ze ieder jaar opnieuw naar toe gaan.’
‘Ben je een feestbeest en is dat zichtbaar, dan heb je daar zelf voor gekozen’
Handhaving
Facebook, Instagram en Snapchat behoren tot het privédomein. Daar delen we ervaringen met elkaar, al dan niet openbaar. LinkedIn is voor onze zakelijke, professionele kant. Maar ook die persoonsgegevens behoren feitelijk tot het privédomein, waar werkgevers niet zomaar gebruik van mogen maken. ‘Het is je eigen keuze of je privéaangelegenheden openbaar deelt’, zegt Diana Simons van Hengeveld advocaten. ‘Je kiest er zelf voor wat je deelt en wat niet. En ben je dan een feestbeest en is dat zichtbaar, dan heb je daar zelf voor gekozen.’
Werkgevers mogen dan niet rondneuzen in het privédomein – ook niet na toestemming – maar in de praktijk zal dat niet uit te sluiten zijn, denkt ook Simons. ‘Het is niet te handhaven. Op het gebied van bescherming van persoonsgegevens moet nog een hele hoop gebeuren, maar dan vind ik dit wel het minste’, zegt zij. Dat vindt ook Van den Belt: ‘Zo’n verbod schiet het doel voorbij. Beter is het te zorgen voor goede voorlichting. Op de basisschool al, over de manier waarop je met internet omgaat. Mensen delen dingen graag met elkaar, dat zal niet veranderen.’