In 2017 hadden 84 duizend Nederlandse jongeren tussen de 15 en 25 jaar geen werk en volgden ook geen opleiding. Dat komt neer op 4 procent van de 2 miljoen jongeren uit die leeftijdscategorie. Dit lage percentage is een record binnen de EU.
Veruit de meeste van de Nederlandse jongeren volgen een opleiding: 81 procent. Zo’n 15 procent zit niet op school, maar heeft wel werk. Een klein percentage zit thuis zonder werk of opleiding. Al tien jaar schommelt dit rond de 5 procent, meldt het CBS.
Ook in de jaren na de financiële crisis bleef deze groep ongeveer even groot, al was de groep jongeren die doorstudeerde toen groter en de groep werkenden kleiner.
Binnen de Europese Unie zijn de verschillen aanzienlijk. Gemiddeld is 11 procent van de jongeren in de 28 Europese lidstaten een zogeheten NEET: not in employment, education or training (zonder werk of opleiding).
In Italië zit bijna 20 procent van de jongeren thuis. Ook landen als Bulgarije, Griekenland, Spanje en Frankrijk hebben een bovengemiddeld hoog percentage jongeren die tot de categorie van NEET worden gerekend.
Bijna eenderde van de 84 duizend Nederlandse jongeren kan en wil wel werken, maar heeft nog geen werk gevonden. Voor anderen geldt een grotere ‘afstand tot de arbeidsmarkt’; veelal kunnen ze niet werken vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid.