Solliciteren heeft iets paradoxaals. Enerzijds wil je eruit springen, zodat een toekomstige werkgever door je overtuigende brief meteen weet dat hij waarschijnlijk niet verder hoeft te zoeken. Aan de andere kant kan een té creatief relaas verkeerd vallen. Want solliciteren is toch een serieuze zaak?
Toen Thomas Hontelez vorig jaar was afgestudeerd en op zoek ging naar zijn eerste baan, besloot hij het net even anders aan te pakken. Dit is het begin van een sollicitatiebrief die hij toen schreef:
„Publiciteitsmedewerker bij de Franciscaanse Beweging?”, vroeg Pieter, een goede vriend van me, toen ik hem vertelde dat ik ging solliciteren. „Interessant, maar waarom zou je dat willen?” „Ik wil dat mijn werk meer is dan werk alleen, het moet zin hebben. Weet je nog toen ik bij dat marketingbureau in Amsterdam werkte, en zoveel mogelijk klanten in zo weinig mogelijk tijd te woord moest staan? Het enige dat telde was geld. Dat wil ik niet meer”, zo legde ik hem uit.
Hij had al behoorlijk veel brieven geschreven, vertelt Hontelez. „Natúúrlijk ben ik een open, enthousiaste jongen die hard werkt, maar zo zijn er wel meer.” Het moest anders, gewaagder, vond hij. Zo ontstond deze brief, helemaal in dialoogvorm, vol met anekdotes over zijn leven en persoonlijkheid die illustreerden waarom hij aan de functie-eisen voldeed. Tot zijn grote verrassing werd Hontelez meteen aangenomen.
Wie op deze manier solliciteert, maakt gebruik van storytelling . Op een heel eigen en memorabele manier laat je zien wie je bent en wat je te bieden hebt. Grote kans dat je opvalt.
Erik van ’t Wout werkt tien jaar als recruiter in de technieksector. Wat vindt hij van de aanpak van Hontelez? Terwijl Van ’t Wout de brief leest, humt hij steeds enthousiaster. „Geweldig, ik had hem ook uitgenodigd”, reageert hij. „Hiermee laat deze jongeman al zo veel zien. Creativiteit, inlevingsvermogen en hij vertelt spelenderwijs wat hij belangrijk vindt in het leven. Dit raakt een gevoel.” Komt hij dit soort brieven vaker tegen? „Weinig. Mensen die solliciteren denken vaak dat het iets heel serieus is en vastomlijnd. Zo leer je dat op school. Maar wat ik juist wil zien is kwetsbaarheid. Voorbeelden waaruit blijkt dat iemand zichzelf kent, ook zijn valkuilen. Verpak dát in een verhaal dat iedereen wil horen.”
Het kan lastig zijn te bepalen welke verhalen uit je leven er bij een sollicitatie toe doen. Afgestudeerden aan de Radboud Universiteit kunnen tegenwoordig tot een half jaar na hun afstuderen gebruikmaken van carrièreadvies en loopbaangesprekken. Ignace de Haes is een van de studieloopbaanbegeleiders en hij boekt vaak succes met zijn methodes die helemaal gaan over de kracht van storytelling. De Haes: „Er zijn altijd mensen met betere papieren of meer ervaring dan jij. Op grond daarvan red je het dus niet. Je moet een goed verhaal hebben, oftewel authentieke, memorabele zinnen waardoor je herinnerd wordt.”
Overbodige informatie
Veel brieven beginnen met ‘Hierbij solliciteer ik op deze functie omdat ik denk dat ik aan de door u geformuleerde eisen voldoe’. Overbodige informatie, vindt De Haes, want anders zou je die brief niet schrijven. ? Volgens hem draait het om het beantwoorden van een aantal levensvragen die je passie en talenten illustreren.
De Haes geeft een voorbeeld. „Ik begeleidde laatst een studente die nergens werd uitgenodigd. Toen ik vroeg wat ze in haar vrije tijd deed, bleek ze een fanatiek en succesvol dressuurrijder. Dat zei veel over haar kwaliteiten. Als je dat namelijk goed wil doen, moet je volledige controle hebben over je paard.” Dat werd dan ook het begin van haar sollicitatiebrief: ‘Ik doe aan dressuur, wat betekent dat ik mijn paard volledig in de hand heb, een precisie die ik ook kwijt kan in deze functie als notaris.’ „Ze is meteen uitgenodigd en de werkgever heeft zelfs nog haar manege opgebeld om het na te vragen.”
Lange vragenlijst
Naida Djuheric (27) was anderhalf jaar geleden even bang dat ze nooit werk zou vinden na haar studie religie en beleid. Ze was weliswaar cum laude afgestudeerd, maar na een aantal maanden solliciteren had ze nog geen baan. Ze vertelt dat De Haes haar een lange vragenlijst gaf toen ze bij hem aanklopte. „Het waren vragen als: wie ben je, wat drijft je en waar krijg je energie van. In eerste instantie vond ik het wat zweverig, maar ik besloot me ervoor open te stellen.”
e ontdekt welke verhalen uit haar leven belangrijk zijn en iets zeggen over haar talenten. „Toen ik drie was, zijn we uit voormalig Joegoslavië gevlucht. Door te onderzoeken hoe mij dat heeft gevormd, kwam ik erachter hoe dat van betekenis kan zijn in een toekomstige baan.”
Djuheric zet de volgende zinnen op haar cv en Linkedin-pagina: ‘Geboren in het verscheurde voormalig Joegoslavië heb ik aan den lijve ondervonden wat haat met een mens kan doen. Daarom wil ik uit de grond van mijn hart mensen met elkaar verbinden.’
Twee weken later werd ze gebeld. Een recruiter die LinkedIn afspeurt op het woord ‘verbinden’, zag in haar profiel de geschikte kandidaat voor de functie van beleidsmedewerker volkshuisvesting in een Limburgse gemeente, namelijk iemand die goed in staat is om bruggen te slaan. Djuheric : „Tijdens het sollicitatiegesprek wist ik natuurlijk niet wat voor vragen ik zou krijgen, maar ik had wel bepaalde anekdotes uit mijn levensverhaal voorbereid die pasten bij de vacature-eisen. Dat bleek precies waarin ze geïnteresseerd waren. Wie ik was, waar ik vandaan kwam en wat mijn drijfveren waren.” Ze werkt er nu anderhalf jaar.
Het is net daten
Fijn als het werkt natuurlijk, maar wat als je de plank misslaat en een bedrijf het flauw vindt en je daarom juist níét uitnodigt?
De Haes erkent dat deze aanpak om lef vraagt, omdat je niet altijd zeker weet of het in de smaak valt. „Ik had eens iemand die zijn brief begon met ‘Ik hou van dode mannen. Tenminste als het beroemde filosofen zijn. Ik maak ze weer levend en actueel, zodat hun denkkracht voor u van betekenis kan zijn’. De recruiter die dit las vond het niks, maar de organisatie waar de vacature was wél.”
Bel voor je solliciteert ook altijd even het bedrijf in kwestie op, tipt recruiter Van ’t Wout. Vaak kom je dan achter informatie die niet in de vacaturetekst staat. Vraag bijvoorbeeld hoe de vacature tot stand is gekomen. Als er iemand is weggegaan, wat maakte deze persoon goed?’ Is het niet gek om dat soort vragen te stellen? Nee, zegt Van ’t Wout. Solliciteren is volgens hem net zoiets als daten: je komt er alleen achter of er een match is als je heel veel vraagt.
„Een werkgever kan je exact vertellen wat er in het bedrijf speelt en vindt het vaak nog leuk ook. Bovendien is zo iemand negen van de tien keer bij het sollicitatiegesprek alweer vergeten dat hij jou aan telefoon heeft verteld dat de werknemer die vertrok een echte teamplayer was en dat ze die nodig hebben. Als jij dan in een mooi verhaal kan illustreren waarom je bijvoorbeeld graag bedrijfsuitjes organiseert, geeft je dat meteen een voorsprong op de rest.”
Er zijn altijd mensen met meer ervaring of betere papieren dan jij. Op grond daarvan red je het dus niet
Ignace de Haes, loopbaanbegeleider
Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van maandag 14 november op pagina 9