Sinds de invoering van Wet arbeidsmarkt in balans betalen werkgevers een hogere WW-premie voor werknemers met een flexibel contract. Het verschil met de WW-premie voor een vast contract is vijf procentpunten. Hoe weet je wanneer je de hoge of de lage premie moet betalen?
Heel simpel gezegd: je betaalt de lage WW-premie wanneer de werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft en deze arbeidsovereenkomst geen oproepcontract is. Voor alle andere arbeidsvormen geldt de hoge WW-premie.
Lees ook: Arbeidsovereenkomst: welke mogelijkheden heeft een werkgever?
Het ministerie van SZW heeft de regels van de premiedifferentiatie op een rij gezet.
De werkgever betaalt de lage WW-premie als:
Wat te doen als een werknemer eerst een arbeidsovereenkomst had voor bepaalde tijd en dat dit contract op basis van een mondelinge afspraak is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? In dat geval is het voldoende dat er een aanvulling op de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst op schrift wordt gesteld en dat zowel de werkgever als de werknemer dit addendum ondertekenen.
Deze bijlage bij de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst moet voor 1 april 2020 zijn opgenomen in de loonadministratie. Tot die tijd mag de werkgever al wel de lage WW-premie afdragen. Verzuim je echter om op tijd het addendum op te nemen in je loonadministratie, dan moet je met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 de hoge WW-premie betalen.
De wetgever houdt rekening met werkgevers die proberen met een slimmigheidje te voldoen aan de eisen voor de lage WW-premie. In twee gevallen is daarom met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie van toepassing: